zaterdag 23 februari 2013

Horen, zien en zwijgen

Vanaf de vensterbank lachen 3 boeddha’s me toe. Horen, zien en zwijgen, heten ze. Het wonderlijke is dat degene die horen verbeeldt zijn oren dichthoudt, zien houdt zijn handen voor zijn ogen, alleen zwijgen doet wat hem gevraagd wordt. Die houdt lachend zijn mond. Ze zouden onverschillig kunnen lijken, maar ook wijs. ‘Ik hoef niet alles te horen, ik hoef niet alles te zien en ik zwijg en houd voor me wat ik heb waargenomen’.


Ze zitten er gedrie├źn, en ik verdenk ze ervan dat ze juist heel goed waarnemen. Degene die zwijgt, besteedt zijn tijd aan luisteren en kijken. Degene die zijn ogen sluit, luistert heel goed. Degene die zijn oren dichthoudt, laat zich niet afleiden door omgevingsgeluiden, maar observeert zorgvuldig. En ’s avonds als wij op bed liggen, gaan ze zacht fluisterend met elkaar in gesprek, omdat ons dagelijks leven hen zeker boeit.
 
“Horen, Zien en Zwijgen” zou komen vanuit de leer van wijsgeer Confucius. Confucius zei tegen zijn leerlingen: Kijk niet naar, luister niet naar, spreek je niet uit en richt je niet op wat in strijd is met fatsoen. Dat maakt de lachende dikkerdjes in mijn vensterbank tot moraalriddertjes. Zo zie ik ze liever niet. Ik zie ze graag als wijze verstandige waarnemertjes, die met hun gulle lach het leven relativeren en op waarde weten te schatten. En het goed hebben met elkaar.
 
Onlangs maakte ik kennis met de Kaizen-methode. Kaizen is Japans voor veranderen naar beter. Kaizen bepleit bewustwording van kleine stappen in onze wens naar beter, gezonder, duurzamer, effectiever, gelukkiger.  In De kunst van Kaizen (Maurer, R. 2007) las ik het voorbeeld van een productiefabriek voor auto’s, waarbij gekozen werd om een lange alarmdraad langs het hele productieproces te spannen. Overal waar hele kleine foutjes geconstateerd werden, mochten mensen aan de draad trekken. Het proces werd direct gestopt, de fout hersteld en vervolgens werd het werk hervat. Dit riep veel discussie op omdat de kleine opstoppingen het proces zouden stagneren. Het tegenovergestelde bleek waar. Door alert te zijn op het kleine, door met elkaar zorgvuldig te zijn, ontstonden steeds minder grote missers.
 
In het boekje vertaalt Robert Maurer dit proces naar menselijke relaties en processen. Als het mis gaat in een relatie, in een onderwijsproces, in de zorg, hoe kijk je dan terug. Wat waren de kleine signalen die je waarnam? En hoe ben je daarmee omgegaan? Het boekje beschrijft op een zeer herkenbare wijze hoe we mogelijke kleine dingen op de koop toe nemen, erbij nemen, laten gaan en na een zekere periode constateren dat het helemaal mis is. In onze relatie, in ons werkproces, in de opvoeding van onze kinderen. Het is een pleidooi voor kleine stapjes, voor het serieus nemen van signalen, maar ook elkaar meenemen in dit proces. Waardoor je samen verder komt.
Ik kijk naar mijn Boeddha-tjes en glimlach terug. Ik hoef niet alles te weten, ik hoef niet alles te zien, ik hoef niet alles te vertellen. Soms is het wijzer te zwijgen. Maar ik neem hun opmerkzaamheid graag mee, met plezier!
©Wilma van Esch 2013

dinsdag 5 februari 2013

Ploink, you've got mail

De teller staat op 88. Zomaar een avond, midden in de werkweek. 88 onbeantwoorde emailberichten. Hoe hard ik ook werk om mijn mailbox leeg te krijgen, dagelijks, in het weekend, tot laat in de avond en heel vroeg in de ochtend ploinkt het belletje van mijn mailbox: u heeft een nieuw emailbericht.

Er was een tijd dat het me lukte, deze race tegen de mailbox. Ik had zoveel overzicht, inzicht en mogelijkheden om bij te werken dat ik hem leeg kreeg. Nu lukt het me niet.  Lang, heel lang geleden was ik secretaresse op een reclamebureau. Met een typemachine en carbonpapier. Met een stapeltje handgeschreven aantekeningen, die ik mocht verwerken tot mooie brieven. Waarbij ik niet al teveel typex mocht gebruiken, dan moest de brief opnieuw. Voor de lunch lag er dan een stapeltje brieven met postzegels die nog een likje nodig hadden. En tegen de avond reed ik in mijn deuxchevaux via de brieven bus naar huis, met een voldaan gevoel de brieven postend. De antwoorden kwamen in de loop van de weken erna terug, per telefoon of per brief.
Soms voelde het als stressvol, de dagen dat ik teveel fouten tikte. En dat ik soms een uur langer door moest tikken om ‘het’ af te krijgen. Nu komt het niet af, ‘het’ komt eigenlijk nooit af. Ik onthoud zeker driekwart en zeul dat als een grote rugzak in mijn geheugen mee. Als ik mensen ontmoet, zeg ik: Ik heb je mail gelezen, antwoord komt hoor, ben er nog mee bezig.

Soms bedenk ik de waanzin van deze virtuele schijncommunicatie. Dat tempo, die vragen, de complexe situaties en de vele betrokkenen via cc. Het kantoor is nooit gesloten, ’s avonds laat, zondagochtend, op welke tijd je ook mailt, het antwoord of een korte reactie volgt al snel. Mailen  we elkaar om ieder wissewasje? We zijn in ieder geval vluchtig, snel, effectief. Ik ook.

Hoe kun je ‘het’  voor elkaar krijgen? Dat 'het' af is? Wat is eigenlijk ‘het’?  Dat grote ‘het’ dat af moet. Wanneer is het goed, pakken we een bak koffie en kijken we tevreden om ons heen? Zo van: Het loopt goed, het is gedaan!  
 
Wat zou er gebeuren als we nu zouden besluiten op geen enkele mail te reageren. Zou er chaos ontstaan, zou de telefoon roodgloeiend staan, zou er ergernis komen? Zouden mensen komen vragen wat er is? En stel je voor dat we het een poosje samen af zouden spreken: We gaan gewoon keihard werken, doen wat we moeten doen en daarbij gaan we niet mailen. We werken, we spreken elkaar, we gebruiken de post en telefoon. En we praten bij, omdat we ineens verrassend veel meer tijd hebben. Zou dat zo zijn? Ik kan me de wereld zonder mail niet meer voorstellen. Het gemak dient ook de mens, mij in ieder geval wel.

Ik herpak me en ga verder met beantwoorden. 88, 87, 86, 85, 84, en ja hoor, ploink, ploink, ploink, direct antwoord: 85, 86, 87… Welkom lieve collega’s op deze late avond. Ik laat de boel de boel, sluit de laptop af en pak een borrel. En overdenk het grote 'HET'. Waarvan ik niet eens weet wat het is. Morgen is er weer een dag... Ploink, ploink, ploink. Welterusten.

©Wilma van Esch