maandag 11 juli 2011

Dom of leerzaam?

Peter was vier, helemaal klaar om te gaan fietsen. En dus bestudeerde hij zijn zijwielloze-fietsje van alle kanten. Observeerde de fietsbewegingen van zijn ouders en zijn zus en besloot toen dat het zo ver was. ‘Zet me er maar op’, dirigeerde hij zijn moeder. Hij had het begrepen. Zijn moeder rende een stuk met hem mee, met haar hand onder het zadel. Toen liet ze hem los. Terwijl hij de bestudeerde bewegingen maakte met zijn beentjes, wiebelde het stuur en verloor hij zijn evenwicht. Hij viel vrijwel meteen op de grond. Woest! Gewoon omdat hij het zo goed snapte. Hoe kon dit nu gebeuren?

Anne was 8 en had haar zwemdiploma’s in een rap tempo gehaald. Met C-plus op zak ging zij met haar ouders zwemmen in een druk golfslagbad. Via een vet bommetje plofte ze in het diepe om vervolgens vreemde, hondachtige bewegingen te maken en zich te verslikken in het water. Haar vader sjorde haar rap naar de kant. ‘Wat doe jij nou?’ riep hij uit. ‘Ik weet niet hoe het moet!’ snikte ze huilend. Verbaasd keek haar vader haar aan: ‘Je hebt C-plus! Weet je niet hoe dit moet??’ Waarop zij stomverbaasd concludeerde: ‘Ooo, is dit hetzelfde als zwemles?’

Bijzonder hoor, dergelijke situaties. Als ik ze niet van zo dichtbij had meegemaakt zou ik het bijna niet geloven. Zulke slimme kinderen... zulke bijzondere acties. Met Peter ontdekte ik dat sommige mensen cognitief fantastisch kunnen beredeneren, maar dat dat weinig zegt over de realisatie ervan. Van Anne leerde ik dat zij niet als vanzelf transfers naar andere situaties maakt, maar daar kennelijk hulp bij nodig heeft.

Domme kinderen? Nee, dit zijn wijze kinderen met hun eigen unieke ontwikkelingspatroon.
Leerzaam? Enorm, maar dan vooral voor mij als begeleider.

© Wilma van Esch

woensdag 6 juli 2011

Pas op met wat je wenst...

 ’t Is drie uur ’s nachts en ik ben klaarwakker. Dan maar wat zappen op tv. De bekende beelden van andere slapeloze nachten komen voorbij. Ik blijf hangen bij Astro tv. “Je krijgt wat je wenst”, zegt een mij onbekende man. Hij vertelt over mensen die gingen visualiseren, die ├ęcht iets wensten met volledige aandacht en ja hoor, hun roep werd gehoord. Ik grinnik hardop. Mooi, ik ben toch wakker. Laat ik eens wat mee gaan wensen. Ik ga mee op de stroom van de vragen van de man.
“Wat wil je echt?” Wat wil ik echt? Er schiet van alles door mijn hoofd.
Ach, laat ik eens een man wensen. Hij vraagt details. Prima, ik wens een man van mijn leeftijd, beetje erbij of eraf kan geen kwaad. Hij moet hier in de buurt wonen, da’s handig. Leuk uiterlijk. Ongetrouwd, geen kinderen, da's zo complex. Leuk, dat wensen! De man vraagt door en ik geef in gedachten antwoord: Doe maar een vrijstaande boerderij of royaal huis. Ruimte. O ja, en heel belangrijk: boeiend werk met ook veel daaromheen want ik wil vooral ook mijn eigen dingen kunnen blijven doen.
“Stuur je wens het universum in en vraag of hij verhoord kan worden”, besluit de man zijn geleide wenstraject. Braaf doe ik wat hij zegt, knip de tv uit en val in een droomloze slaap. De prins mag komen…

Twee weken later, zaterdagavond. Lekker ontspannen naar de sauna. Het is niet druk, er zijn maar een paar mensen. Op het bankje van het voetenbad zit een mannelijke leeftijdsgenoot. Hij heeft duidelijk zin in een gesprek. “Zo, jij bent zo te zien ook alleen. Ik ook, ik ga heel veel alleen naar de sauna. Heerlijk”.  En vervolgens vertelt hij honderduit. Dat hij al lang vrijgezel is, geen kinderen. Wel een kinderwens. In een prachtboerderij woont, maar toch wel eenzaam zo in je eentje. Maar hij verveelt zich geen moment, hij heeft zoveel bezigheden. Ik voel me kleuren tot achter mijn oren en van binnen steekt een lachkriebel de kop op. Heb het gevoel dat ik vanuit een ver universum wordt bekeken en dat daar humorvolle gidsen smakelijk zitten te lachen om mijn wens die vandaag in vervulling gaat. Haha, je had niet gezegd dat hij ook moet kunnen luisteren en dat zijn moeder de deur uit moest zijn! Snel verdwijn ik op de hoogste bank in de 80 graden sauna.

Weer een middernachtelijk zapmoment later zie ik in een flits een herhaling van de Astro uitzending. “Je krijgt wat je wenst”, zegt een vertrouwd gezicht. Ik doe het licht en de tv uit en val glimlachend in slaap. Inderdaad, maar ach, laat nog maar even...

© Wilma van Esch

zondag 3 juli 2011

Samen leven

Als kind, tiener, was ik graag bij mijn oma. Zij woonde met opa op een boerderij. Zij zorgde voor het voorhuis, opa voor de dieren en de tuin. Oma was een belezen vrouw. Spitte door de krant, door de Elseviers, door boeken en tijdschriften van de bieb. Liet zich verontwaardigen, schreef boze brieven naar het bisdom, de KRO en de parochie en bewaarde de antwoorden zorgvuldig in schoenendozen. Oma reisde niet, maar ‘haar’ tafel in de voorkamer was achteraf gezien haar vaste interviewplek. Daar ging zij op reis. Diepgaande vragen, mooie gesprekken, lastig ook, oma was niet tevreden met een oppervlakkig antwoord en pinde je soms vast op wat je zei. Opa kwam rond koffietijd binnen, ging rustig erbij zitten. Lurkte aan zijn pijp en slurpte van zijn koffie. En luisterde met een glimlach naar de intensieve gesprekken. Had snel door waar het om ging en mompelde wat rake, relevante opmerkingen. Na twee bakken koffie trok hij zijn klompen weer aan en ging weer doen wat hij moest doen.
Op zondag trof de hele familie elkaar in de goei’ kamer, de echte huiskamer. Oma als centraal punt aan de eethoek, opa had een leunstoel naast de kachel. Opa zat er een uurtje, hooguit, om dan de kamer te verlaten en naar het Broek te wandelen, een natuurgebied vlakbij. Hij vroeg zelden of iemand mee wilde wandelen. Een paar uur later kwam hij weer terug, liet zich een jonge klare inschenken en genoot van de intensiteit van de gesprekken in huis. Ik had nooit het idee dat hij niet betrokken was. Oma deed onderzoek, analyseerde en reconstrueerde, opa luisterde naar haar synthese, haar korte samenvatting en de meest relevante informatie.
Misschien was het helemaal niet zoals ik het waarnam. Ik heb geen idee of ze ooit ‘samen uit-samen thuis’ ruzies hadden. Of van elkaar vonden dat of de een meer stil moest zijn, of de ander meer betrokken bij het gesprek. Voor mij is de vorm die mijn grootouders gevonden hebben een heel aantrekkelijk perspectief. Je eigen plek in een relatie bepalen, elkaar veel vrijheid en autonomie gunnen en daartussen koffie en elkaar stilzwijgend of uitwisselend ontmoeten.
Omdat je niet van elkaar bent, omdat je van jezelf bent en omdat de ander fijn is om in de buurt te hebben. Ook in je werkrelaties, je team, je hele sociale netwerk. Mogen zijn wie je wilt zijn, leven en laten leven maar wel: Koffie aan de keukentafel en daar telkens weer het gesprek voeren wat nodig is.

Toch?

© Wilma van Esch